• Smaragdlibel

    Smaragdlibel
    Mannetje.
  • Smaragdlibel

    Smaragdlibel
    Vrouwtje.
    Cordulia aenea

    Vaak algemeen bij vennen en in laagveengebieden.

    Herkenning

    47-55 mm. Compact gebouwde soort. Borststuk metaalgroen met gouden glans, donzig behaard. Achterlijf donkergroen glanzend, vaak met duidelijke bronskleur (bruine indruk makend), zonder vlekkentekening op bovenzijde. Ogen eerst dofbruin, maar later opvallend knalgroen glimmend. Voorhoofd zonder gele tekening. Kleine oranje vlek in de basis van de vleugels. Mannetje: achterlijf ingesnoerd ter hoogte van segment 3. Uiteinde van het achterlijf knotsvormig verbreed, met het breedste punt ter hoogte van segmenten 7 en 8. Vrouwtje: achterlijf oogt dik, zonder insnoering en knotsvormige verbreding. Achterlijf met gele en witte vlekken aan de onderzijde van de segmenten, vooral bij de eerste segmenten zichtbaar in zijaanzicht. Echter geen geïsoleerde ronde gele vlek op de zijkanten van segment 3. Legschede in zijaanzicht niet zichtbaar.

    Verspreiding

    Algemeen in een groot deel van Nederland.

    Habitat

    Vooral in vennen en laagveenmoerassen. Soms ook in plassen, kanalen en sloten.

    Vliegtijd en gedrag

    Eind april tot eind juli, piek in mei en begin juni. Na het uitsluipen zoeken de imago’s meestal het bos op om te jagen en geslachtsrijp te worden. Ze zijn vaak te vinden boven bospaden en langs bosranden, heen en weer vliegend op ca. een meter hoogte. Geslachtsrijpe mannetjes maken eindeloze patrouillevluchten, waarbij ze vlak langs de oevervegetatie en op geringe hoogte boven het water vliegen. Ze blijven daarbij vaak stilhangen in de lucht, waarbij de groene ogen en het knotsvormig achterlijf opvallen. Ze kunnen echter ook snelle uitvallen maken. Andere mannetjes worden direct verjaagd en vrouwtjes worden direct gegrepen voor de paring. Ook hebben ze het regelmatig met viervlekken aan de stok. De eitjes worden solitair door het vrouwtje in vlucht afgezet, waarbij ze meestal goed verscholen gaat tussen de dichte oevervegetatie. Niet zelden gebeurt dit laat op de dag of bij bewolkt of zelfs miezerig weer. Op die manier verkleint ze de kans om door ander mannetjes belaagd te worden.

    Levenscyclus

    De larven overwinteren twee, soms drie keer. De larven zijn volgroeid als ze de laatste winter in gaan. Uitsluipen gebeurt van half april tot in juni, met een piek in mei.

    Specificaties

    Deel dit artikel

    Hoogsteen.nl

    Amateurfotografie


    Flickr

    Ontdek meer van
    Hoogsteen.nl op Flickr.

    Twitter

    Volg Hoogsteen.nl
    op Twitter.

    Youtube

    Het Hoogsteen.nl
    YouTube kanaal.

    Weer

    Weerstation
    Surhuisterveen Centrum.