• Gewone witvlekmot

    Gewone witvlekmot
    Vrouwtje.
    Incurvaria masculella
    De rups van deze mot snijdt steeds een nieuw kapje uit het blad en maakt dit vast tegen de binnen­zijde van het oude kapje.

    Herkenning

    De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 12 en 16 millimeter.

    Verspreiding

    Algemeen door heel Nederland, soms echter talrijk.

    Habitat

    Struiken, hagen en diverse bomen.

    Waardplanten

    Verschillende struiken en hagen, zoals haagbeuk (Carpinus betulus), kastanje (Castanea sativa), hazelaar (Corylus avellana), beuk (Fagus sylvatica), eik (Quercus), roos (Rosa) en linde (Tilia).

    Vliegtijd en gedrag

    De motjes vliegen in één generatie per jaar. Eind april kruipen ze uit de pop en vliegen tot in juni. De soort legt het ei af in het blad. Daarom is er nooit een ei zichtbaar.

    Levenscyclus

    Minerende rupsen worden gevonden vanaf mei tot en met juni. De mijn start ongeveer op dezelfde manier als bij de ber­ken­blad­snij­der­mot (Incurvaria pectinea). Ze maken eerst een gangetje dat al gauw overgaat in een blaasmijn. Uit die blaasmijn wordt dan later een ovale uitsnede gemaakt waarin de rups nog een tijdje zal verder leven. Het frass (ontlasting van herbivore insecten) ligt zowel in de gang als in het eerste deel van de blaasmijn eerder in hoopjes opeengepakt. De soort overwintert als volgroeide rups. Oudere rupsen laten zich op de grond vallen en eten van dood blad. Ze leven en verpoppen dan in een van blad gemaakt zakje.

    Kenmerken rups

    De witte rups heeft een bleekbruine kop. De prothoracale plaat (het bovenste deel van het eerste segment van het borststuk) is eveneens bleekbruin.

    Specificaties

    Deel dit artikel

    Hoogsteen.nl

    Amateurfotografie


    Flickr

    Ontdek meer van
    Hoogsteen.nl op Flickr.

    Twitter

    Volg Hoogsteen.nl
    op Twitter.

    Youtube

    Het Hoogsteen.nl
    YouTube kanaal.

    Weer

    Weerstation
    Surhuisterveen Centrum.